Niemand kan ooit weten
Hoe je zelf herinneringen bewaart
Opslorpend en nooit spuwend
Als een cirkel van gevoel
Als een kring van heksen
Zoals je klinkt als ik luister
naar mijn eigen gedachten
zo ben je, blijf je
altijd zo
Zoals ik zie als ik bedenk
hoe vroeger jij was als ik
en ik als jij
wou zijn
Zoals je altijd was en altijd
zal zijn, voor mij
van mij, in mij
ik
Zo ben jij
zo ben ik
zo zijn wij
dikke mik
In een blinkende zonnestraal
zie je een witte wereld,
die je opneemt en verlost.
Je vergeet het gebeurde
en ziet alleen de zon.
Kinderen spelen met de vlinders (uit je buik)
en bloemen kunnen weer bloeien.
Een vogel op je pad
en een rennende wezel.
Geluidsloos loop je langs
alles, wat je goed maakt.
Op een dag
op een uur
op een moment
was het werkelijk waar
wat we al lang van tevoren wisten
Maar morgen ben ik niet meer verdrietig
morgen ben ik weer bezig
met het slijten van mijn leven.
Als je denkt aan wat is geweest, sta je stil bij wat het is.
Een zonnestraal dringt binnen. Tranen. Gedachtes aan daarbuiten waar
iedereen loopt. Wie is wie en waarom loopt hij door? Zelfs de kat wil
het weten. Weer klonk de alarmklok en weer
sta je daar.
Torenlagen wolkenhoogtes,
wolkenvelden die niemand telde,
alleen ik.
Gebroken zonnestralen,
lichte straten
van eenvoudig wolkenspel.
Geruisloos vliegt de vogel
op de stoep van het heelal;
hij ziet het wel.
Ik ben een vadsige koning
en ons rijk is voor ons alleen.
Wij lachen om jullie woede.
Zo, dat was dat...
Het ene zegt depressief
het ander zorgeloos doorzetten.
Nee, we hebben geen spijt
van ons doen,
en staan opzettelijk buiten,
terwijl jullie daarbinnen wetenschappelijk ouwehoeren.
Samengaan in samen gaan
tot in de diepste verten
van het toekomstige televisiescherm.
Draai de knop maar om, jullie
die ik verlaat.
Uitvlucht.
over de brug ligt het verre land,
uitgestrekt met groen en bomen.
het beton torent op als een baken
en het hek is grenspaal.
ik heb de overstap gemaakt,
wentel me onder een wolkenwattenlaag.
ik weet de weg nu,
heen en weer.
Priemend en vroeg
staat het gras klaar.
De rijp is er ook dubbel bij.
De koeien komen straks
of later op stal.
Zo jong nog en nu al
wetend wat het te wachten staat
in de cyclus van het leven.
Langs lijnen
leid ik het leven.
Hoge bomen houden
de weg uit de wind.
Niet wetend waarheen
loop ik de lijnen langs
de toekomst tegemoet.
De kleuren schakelen per moment
en markeren mijn route
streepsgewijs.
Wandelweer.
Op de blaadjesdeken van de herfst
lopen ze bedekt in kleur
richting licht en .....
toch ook niet!!
Onzeker, is het pad begaanbaar?
De bomen buigen.
Gelukkig is het boven blauw.
Roestbruine aarde vermengt zich
met blauw en hondenbruin.
Het spat op mijn ogen:
het water en kleuren.
En de felle ogen,
gefixeerd op samenzijn.
Wat is er leuker
dan met je maatje
springen in vrijheid.